Chocolade panna cotta met walnotenijs en karamelsaus
100 g suiker
½ eetlepel versgeperst citroensap
6 dl slagroom
zout
½ pak spritskoeken
75 g boter
4 blaadjes gelatine
150 g pure chocolade
½ l walnotenijs
6 schuimpjes
extra nodig: suikerthermometer, bakpapier, rechthoekige bakvorm of schaal
Verhit de suiker met 25 ml water en het citroensap in een steelpan met dikke bodem. Wals de pan af en toe rond maar roer niet in het mengsel. Verwarm het mengsel tot 185 °C, de suiker gaat dan karameliseren.
Breng 1 dl van de slagroom met een mespuntje zout aan de kook en schenk het, als de suiker mooi goudbruin is voorzichtig (pas op voor spatten), al roerende met een garde, bij het suikermengsel. Zeef het mengsel en laat het afkoelen.
Verkruimel de spritsen in een keukenmachine. Smelt de boter in een steelpan. Roer het kruim door de gesmolten boter en verdeel het mengsel over de met bakpapier beklede vorm. Druk het kruim aan met de bolle kant van een lepel en laat het in de koelkast opstijven.
Week de gelatine in ruim koud water. Hak de chocolade in stukjes. Breng de rest van de slagroom aan de kook en schenk het over de chocolade. Laat het 5 minuten staan en roer vervolgens goed door. Los de goed uitgeknepen gelatine er in op. Laat het iets afkoelen. Schenk het chocolademengsel op de opgesteven spritsbodem in de vorm en laat de panna cotta in de koelkast in ± 2 uur door en door koud worden.
Garneer de borden met de karamelsaus. Snijd de panna cotta met een in heet water natgemaakt mes in vierkantjes en neem ze voorzichtig uit de vorm. Zet ze op de borden. Schep er bolletjes ijs bij en garneer met de schuimpjes.
